Drie fundamentele arbeidsverdragen gelden nog altijd niet voor Curaçao

· - leestijd 2 minuten
Vakbondsoverleg
Vakbondsoverleg Archieffoto

WILLEMSTAD – Drie internationale arbeidsverdragen die door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) als fundamenteel worden beschouwd, gelden nog altijd niet voor Curaçao. Het gaat onder meer om afspraken over collectief onderhandelen, gelijke beloning van mannen en vrouwen en discriminatie op de arbeidsmarkt. Opvallend is dat de Curaçaose regering al in november 2023 besloot één van die verdragen voor Curaçao te laten gelden. Dat is bijna drie jaar later nog niet gebeurd.


Het gaat om IAO-verdrag 98 over het recht van werknemers om zich te organiseren en collectief te onderhandelen, verdrag 100 over gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor arbeid van gelijke waarde en verdrag 111 over discriminatie in arbeid en beroep.

Uit de actuele registratie van de IAO blijkt dat deze drie verdragen niet voor Curaçao van toepassing zijn verklaard. Andere fundamentele arbeidsverdragen gelden wel. Zo is Curaçao sinds 1951 gebonden aan verdrag 87 over vrijheid van vakvereniging.

Koninkrijk wil bredere naleving

Dat is opvallend tegen de achtergrond van de inzet die het Koninkrijk der Nederlanden dit jaar bij de Internationale Arbeidsorganisatie heeft gekozen.

In een Kamerbrief over de Internationale Arbeidsconferentie in Genève schrijft de Nederlandse regering namens het Koninkrijk dat het van algemeen belang is dat lidstaten fundamentele IAO-verdragen ratificeren en uitvoeren.

Bij sociale dialoog worden daarbij specifiek de verdragen 87 en 98 over vakbondsvrijheid en collectief onderhandelen genoemd. Ook verdrag 144, dat voorschrijft dat overheden met werkgevers- en werknemersorganisaties over internationale arbeidsnormen overleggen, wordt genoemd.

Curaçao is wel aan verdragen 87 en 144 gebonden, maar niet aan verdrag 98.

Ook bij gendergelijkheid noemt het Koninkrijk de verdragen 100 en 111 expliciet fundamentele IAO-verdragen. Het Koninkrijk zegt zich ervoor in te zetten de daarin vastgelegde beginselen verder te brengen. Maar beide verdragen gelden niet voor Curaçao.

Eigen wetgeving

Curaçao heeft verschillende fundamentele arbeidsrechten al in de eigen wetgeving vastgelegd, maar is voor drie belangrijke IAO-verdragen nog niet aan het bijbehorende internationale toezicht gebonden.

Dat verschil is vooral zichtbaar bij gelijke beloning. In de Curaçaose rechtspraak geldt het uitgangspunt dat werknemers voor gelijke arbeid onder gelijke omstandigheden gelijk moeten worden beloond.

IAO-verdrag 100 gaat verder: dat verlangt gelijke beloning van mannen en vrouwen voor arbeid van gelijke waarde. Het hoeft daarbij dus niet om hetzelfde werk te gaan; ook verschillende functies die qua vaardigheden, verantwoordelijkheid, inspanning en arbeidsomstandigheden vergelijkbaar zijn, moeten gelijkwaardig kunnen worden beloond.

Juist die bredere norm is niet expliciet als algemene regel in de Curaçaose arbeidswetgeving terug te vinden.

Besluit uit 2023 nog niet uitgevoerd

Voor verdrag 98 is de situatie extra opmerkelijk. De Curaçaose Raad van Ministers stemde op 1 november 2023 al in met het voorstel om dit verdrag voor Curaçao medegeldig te verklaren.

Tegelijkertijd werd besloten hetzelfde te doen met IAO-verdrag 138, dat betrekking heeft op de minimumleeftijd om te mogen werken. De regering kondigde destijds aan deskundige ondersteuning in te schakelen om de Curaçaose wetgeving te inventariseren en waar nodig aan te passen.

Ook verdrag 138 staat bijna drie jaar later nog niet als toepasselijk voor Curaçao geregistreerd bij de IAO.

Daarmee is onduidelijk wat er sinds het regeringsbesluit van november 2023 met beide verdragen is gebeurd en of de aangekondigde inventarisatie van de Curaçaose wetgeving is afgerond.

IAO stelde eerder vragen

De kwestie is ook bij de IAO zelf bekend. De deskundigencommissie van de organisatie stelde bij het toezicht op het Maritiem Arbeidsverdrag vast dat de verdragen 98, 100, 111 en 138 niet voor Curaçao gelden.

Omdat Curaçao daardoor niet rechtstreeks wordt getoetst aan deze fundamentele verdragen, vroeg de IAO de regering uit te leggen hoe de Curaçaose wet- en regelgeving desondanks de achterliggende fundamentele arbeidsrechten waarborgt.

Het ontbreken van medegelding betekent overigens niet dat collectief onderhandelen, gelijke behandeling of bescherming tegen discriminatie op Curaçao niet wettelijk geregeld kunnen zijn. Het betekent wel dat Curaçao niet rechtstreeks gebonden is aan de specifieke internationale verplichtingen en het bijbehorende toezicht van deze IAO-verdragen.

Vragen aan SOAW

Curaçao nam dit jaar wel deel aan de Internationale Arbeidsconferentie. Volgens de Nederlandse regering waren Curaçao, Aruba en Sint Maarten daar, net als Nederland, vertegenwoordigd door overheid, werkgevers en werknemers. Vanuit de drie Caribische landen namen geen ministers deel.

Aan minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn Charetti America-Francisca is gevraagd waarom het besluit uit 2023 over de verdragen 98 en 138 nog niet tot medegelding heeft geleid en of de regering ook van plan is de verdragen 100 en 111 voor Curaçao te laten gelden.


95 keer gelezen

Deel dit artikel: